Hand op de knip

Hand op "de knip"

De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) kan voor gemeenten een flinke daling in de legesinkomsten betekenen, tot honderdduizenden euro's. Gelukkig is dit eenvoudig te repareren.

Wat is er aan de hand?

De legesinkomsten van gemeenten op de bouwtaken zijn vele malen hoger dan legesinkomsten voor de taken op het gebied van ruimtelijke ordening. Dit is historisch zo gegroeid. Van oorsprong lagen de bouwtaken van een gemeente vooral op het bouw- en woningtoezicht. In de loop der jaren zijn die taken stapsgewijs verschoven richting ruimtelijke ordening. Als gevolg van de Omgevingswet wordt daar nog een volgende stap in gezet. Taken op het gebied van ruimtelijke ordening worden verder gedecentraliseerd en verbreed tot taken op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dit terwijl de legesinkomsten nog steeds voornamelijk de bouwleges betreffen. De inkomsten sluiten dus niet meer aan bij de kosten die daarvoor worden gemaakt.

De Omgevingswet brengt een "knip" aan tussen de technische bouwactiviteit en de ruimtelijke bouwactiviteit. Waar de bouwvergunning nu nog getoetst wordt aan het bestemmingsplan, wordt strak de technische bouwactiviteit alleen getoetst aan de technische bouweisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De toets aan het omgevingsplan vindt plaats langs een nieuwe vergunning: de binnenplanse omgevingsvergunning voor bouwen, die is opgenomen in artikel 22.26 van de bruidsschat voor het omgevingsplan.

De Wkb zorgt er voor dat nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1 (zoals eengezinswoningen) niet meer vergunningplichtig zijn voor de technische bouwactiviteit. Private kwaliteitstoetsers voeren voortaan de toetsing van het bouwwerk aan de technische bouweisen uit. Het vervallen van de vergunningplicht betekent ook dat de gemeente geen leges meer kan heffen voor deze bouwvergunningen. In het huidige stelsel zijn deze leges vaak een percentage van de bouwsom - en dat kan op jaarbasis optellen tot honderdduizenden euro's. Voor bouwwerken die niet passen in het bestemmingsplan, worden de leges met een vast bedrag van een paar honderd tot duizend euro verhoogd.

De oplossing

Om de legesinkomsten (die vaak niet volledig kostendekkend zijn) op peil te houden, kan de gemeente de leges voor de binnenplanse omgevingsvergunning voor bouwen koppelen aan een percentage van de bouwsom. Alle bouwwerken van gevolgklasse 1 blijven vergunningplichtig op grond van het omgevingsplan, dus per saldo gaat de gemeente er dan niet op achteruit. Let op dat in de modelverordening van de VNG nog steeds een vast bedrag staat voor de leges voor de binnenplanse omgevingsvergunning. Een gemeente die de modelverordening klakkeloos overneemt, snijdt zich financieel dus in de vingers.

Ons advies is: houd de hand op "de knip" en relateer de leges voor de binnenplanse omgevingsvergunning aan de bouwsom.

Wie wil er nu niet met een paar uur werk tot honderdduizenden euro’s besparen?  Wilt u meer informatie, stuur ons dan een bericht op info@flolegal.nl. Wij sturen u dan kosteloos een werkinstructie voor het wijzigen van uw legesverordening.

© COPYRIGHT 2021 FLO LEGAL